Britt Libot

BLAF. – 11

Posted by in BLAF., Proza

Anna lacht lief naar mij wanneer we aanschuiven aan de ontbijttafel, waar haar mama al zit. Bril op het puntje van de neus, ogen een beetje dichtgeknepen, terwijl ze tuurt naar de krant naast haar bord. ‘Mama-ha’, zeurt Anna. ‘Ge hebt echt een betere bril nodig. Ziet u daar nu zitten, dat gaat toch niet?’ ‘Jaja, Anna, ik weet het. Ge hebt gelijk. Binnenkort, beloofd’, glimlacht ze terug, aait Anna afwezig over haar slaapkop. ‘Ontbijt, dames? Ik heb alles al klaargezet, hé. Neem maar gewoon wat ge wilt.’ Vol ongeloof…read more

9.1

Posted by in Proza

Sommige dagen zijn goed. En ’t zou een leugen zijn om te claimen dat deze dagen niet durven uitlopen tot weekends of zelfs volledige weken. Nooit maanden, welteverstaan. Zo werkt dat niet, ten huize Dupont. Neen. Want wanneer gezapige rust zich nestelt in de stoffige hoeken van het krakende appartement, wanneer woorden hun scherpe bijklank bijna vergeten zijn en er af en toe zelfs een vage lucht van plezier in de lucht hangt, dan knapt er iets in het hoofd van Anita. Dan ligt de rotversleten parket boordevol oud en…read more

9

Posted by in Fictie

“Schatteke”, zegt mijn oma met een warme blik in haar oplettende ogen. Ze legt haar benige, zongebruinde hand op mijn mollig, negenjarig polsje. Ik kijk benieuwd naar haar op, terwijl mijn ijsje met discobolletjes zich verwachtingsvol een weg naar beneden lekt op mijn hand. “Schatteke”, herhaalt ze. “Is ’t lekker?” Ik knik zo enthousiast dat mijn lange, vuilblonde haren gelukkig meedansen. Mijn oma is de liefste. “Vergeet ge wel niet, wat oma altijd zegt?”, zegt ze met een zuinige glimlach rond haar felgekleurde lippen. “Want ge weet het, hé… Elk…read more

6

Posted by in Fictie

Mama staat in mijn slaapkamer te schuimbekken met het bewijsmateriaal in haar handen. Papa staat achter haar te schuifelen – een trieste, lichtelijk gegeneerde blik in zijn ogen. Hij probeert zijn ogen te laten rusten op een neutraal voorwerp, maar falend schieten ze onrustig alle kanten uit. Zijn jongste, zijn enige, werd immers op het matje geroepen door vrouwlief – en krijgt momenteel flink de wind van voren. Ik ben alleen thuis, want ik ben… “…wel al 6 jaar, he, seg. ’t Is wel goed geweest zeker, met al die…read more

onbegrensd

Posted by in Poëzie

Wanneer ge prikt en port met dat staalblauw moois en vlijmscherpe woorden mijn zachte randen ontrafelen Wanneer uw armen een dwangbuis vormen uw vingers mijn traliën beroeren en lippen beloftes fluisteren die vechten met mijn baksteen – en slechts verkruimeld gruis bekomen Wanneer uw geur mijn huid doet huiveren van onbegrensd verlangen en mijn adem stokt in uw stalen houdgreep mijn hart onbedwingbaar davert en stuitert tegen muren van alles willen, maar minder kunnen dan danst ge tot in mijn diepte, diepste waar ge fluweelzacht beroert wat beroerd wil worden…read more

Marmer

Posted by in Proza

Wanneer ik u omschrijf als mijn alles, mijn rots én mijn branding, dan zijt ge van marmer. Ge weet wel, die knappe bouwsteen die ondoordringbaar vast is – voor sommigen eerder onbereikbaar en koud. Maar wanneer ge mijn marmer zijt, dan denk ik aan de manier waarop het licht danst op uw huid – en terugkaatst in mijn herinneringen. Dan denk ik aan hoe ge diverse temperaturen adapteert, al waren ze de uwe – van warm naar koel, van passioneel naar berekend – met een snelheid die onmogelijk met het…read more

goud

Posted by in Proza

“Koffie?”, vraagt ge mij lief – wanneer ge ziet dat de slaap zich nog altijd diep heeft genesteld in mijn lijf. Ik knipper langzaam en ge komt stilaan scherp(er) in beeld. Ge zit aan tafel de krant te lezen, in die ene streep gouden zonlicht die we ’s morgensvroeg altijd mogen verwelkomen in de keuken. Uw zachte lijf, gewikkeld in een zachte badjas. Uw blote voeten, kwetsbaar in zachte slippers. Alles aan u is zacht deze ochtend – in tegenstelling tot die verwoestende hardheid die ge zo vaak in u…read more

krater

Posted by in Poëzie

En uw vingertoppen, die transformeren in granaten met een verwoestende kracht elke keer ze mijn huid beroeren. tien onderhuidse ontploffingen de ene al wat gerichter dan de andere de ene al wat dieper dan de andere. de krater van verlangen, die ge slaagt die is monumentaal en niet omkeerbaar en vooral niet verwaarloosbaar. en uw aanval ge weet wel, die ene die zo doeltreffend was, wel uitgedacht was, en alles wat ik wou was, laat zijn sporen na – daar waar ge ze niet kunt zien. alleen maar voelen.

onderweg

Posted by in Proza

Ge zit in de auto naast mij en ik zit naast u in de auto. Starend naar buiten, door uw vuile ruit – naar allesbehalve wat er zich hierbinnen afspeelt. Naar de druppels die de nacht ontsieren en naar die ene eenzame wandelaar die zijn hond dringend moest uitlaten. Zijn ogen flikkeren onrustig naar ons en hij versnelt zijn pas. Ik ga ervan uit dat de spanning tussen ons tot ver buiten de wagen te voelen is. Hij slaat de hoek om en dat is jammer. Hij was namelijk de…read more

genadeloos p4

Posted by in Proza

Ik leg mijn handen op mijn rug en leun langzaam voorover, tot op het moment waar mijn lippen niet veel verder dan enkele millimeters van de uwe verwijderd zijn. Uw ogen sperren zich open in verrassing en uw lippen openen zich lichtjes, hunkerend naar die langverwachte en zo lang uitgestelde kus. Ge leunt naar voren. Ik kan u bijna proeven. Ik ruik u overal en mijn handen tintelen achter mijn rug in wilde wanhoop om u aan te raken. Nog niet. Ik verlaat mijn roes, zet me langzaam terug recht…read more