BLAF. – 11

Posted by in BLAF., Proza

Anna lacht lief naar mij wanneer we aanschuiven aan de ontbijttafel, waar haar mama al zit. Bril op het puntje van de neus, ogen een beetje dichtgeknepen, terwijl ze tuurt naar de krant naast haar bord.

‘Mama-ha’, zeurt Anna. ‘Ge hebt echt een betere bril nodig. Ziet u daar nu zitten, dat gaat toch niet?’
‘Jaja, Anna, ik weet het. Ge hebt gelijk. Binnenkort, beloofd’, glimlacht ze terug, aait Anna afwezig over haar slaapkop.
‘Ontbijt, dames? Ik heb alles al klaargezet, hé. Neem maar gewoon wat ge wilt.’

Vol ongeloof staar ik deze vrouw aan. Ze is echt groot, veel groter dan mijn mama. Bruine, slordig opgestoken haren, met hier en daar een zilveren scheur in. Twinkelende grijze ogen. Verweerde handen, een gezicht dat plezier verwelkomt. Ik besef dat ik aan het staren ben, da’s vast ongemakkelijk, maar ik wacht op de regels. Er komt niets. Mijn blik dartelt over al het lekkers op tafel: kaasjes, vleesjes, pistolets en zelfs – wow – kleine koffiekoekjes die zo te ruiken recht uit de oven komen.

‘Smakelijk’, zeggen moeder en dochter in koor. Anna schenkt sinaasappelsap in haar glas, haar mama vult haar tas koffie nogmaals bij. Ze nemen ieders een pistolet, delen het gekartelde broodmes, keuvelen gezellig onder het doorgeven van de boter.

‘Euh. Dus ik mag gewoon alles pakken? Niks is van u?’, vraag ik.

De beboterde messen blijven even doelloos in de lucht hangen. Twee paar verbaasde ogen, hetzelfde zilvergrijs, kijken me aan. Moeder en dochter wisselen vervolgens onderling een blik. Anna trekt snel haar schouders op.

‘Neen, Lize’, zegt Anna’s mama voorzichtig. ‘Alles is hier van iedereen. Eet maar gewoon waar ge goesting in hebt. Het staat ervoor, hé.’

Verwarring. Ik begrijp er niets van. Zo werkt het toch niet? Eten heeft toch altijd een eigenaar? Stilletjes overdenk ik deze nieuwe situatie, terwijl Anna zonder enige remming naar het beleg op tafel grijpt. Verrukking maakt zich langzaam meester van mijn gezicht – en ik voel mijn mondhoeken krullen. Ik kan er niet aan doen, ik giechel zelfs een beetje. De mama van Anna grinnikt geamuseerd mee.

‘Alé, Lize, komaan. Subiet zijn de koffiekoeken helemaal afgekoeld. En we weten allemaal dat die het allerlekkerst zijn als die nog wat warm zijn’, een guitige knipoog achterna. Ze ziet mijn laatste aarzeling, besluit er niet verder op in te gaan, maar voorziet mijn lege bord alvast van een warme koffiekoek. Zo één met twee reepjes chocolade binnenin. De geur kringelt zich een weg in mijn neus – en ik krijg letterlijk het water in de mond. Anna tikt haar elleboog zachtjes tegen de mijne.

‘Als ge die koffiekoek nog langer gaat aanstaren, dan loopt hij misschien weg’, zegt ze plagerig. ‘Smakelijk, Lize’, zegt ze – en ze legt nadruk op haar aanmoediging door een overdreven grote hap van haar pistolet met preparé te nemen.

Ik neem een hapje van de koffiekoek, Anna en haar mama glimlachen, gerustgesteld. Het warme bladerdeeg en de zachte chocolade smelten in mijn mond en ik kan niet geloven dat koffiekoeken hier voor iedereen zijn. Mijn voorzichtigheid verdwijnt, samen met de eerste hap die ik doorslik – en ik gooi alle twijfel overboord. Ongecontroleerd schrok ik het kleine koffiekoekje op en ik kan haast gillen van plezier.

‘Ge moet ook écht de preparé proeven, die is mega lekker’, zegt Anna, terwijl ze me het potje aanreikt. Ik neem het aan, grabbel een pistolet uit de papieren zak op tafel en kwetter erop los. De keuken geurt naar warm gebak, preparé en liefde.

*

‘En, hoe was ‘t?’, vraagt mama wanneer ik binnenkom. Gerda, zo heet de mama van Anna heb ik vandaag geleerd, heeft me net afgezet met haar grote auto. Ze gaf me een knuffel en een kus op het topje van mijn hoofd. Dat vond ik een beetje ongemakkelijk, maar ook wel lief. Voor we afscheid namen, toverde ze een kleine brooddoos uit haar eigen handtas.

‘Hier zitten nog twee koffiekoekjes in’, fluisterde ze samenzweerderig. ‘Ik zag hoe lekker ge ze vond, dus ik heb er wat voor u opzij gehouden. Af en toe moogt ge al eens iets doen tegen de regels, Lizeke. Niet vergeten, hé? Ge zijt nog veel te jong om zoveel na te denken, gij.’

We stapten samen uit, ze haalde mijn rugzak uit de koffer en liet de brooddoos daar stiekem in verdwijnen. Nog een laatste snelle knuffel, zo één langs de zijkant, en ze stapte opnieuw in de auto. Ze wachtte tot ik de grote deur van ons appartementsgebouw opendeed, dan pas reed ze weg. Ik zwaaide nog naar haar, maar ik weet niet of ze dat nog zag.

Blij wandelde ik de vier verdiepingen naar boven, de lift is altijd kapot, en wanneer ik mijn sleutel in het slot wou steken, zwaaide de deur vanzelf open.

‘En, hoe was ‘t?’, vraagt mama, armen gekruist voor haar borstkas, één wenkbrauw opgetrokken, haar mond een dunne streep.
‘Keitof’, zeg ik. ‘Ik blijf supergraag slapen bij Anna!’
‘Alé, dan’, zegt mama, ze knijpt haar ogen een beetje dicht terwijl ze me aankijkt.
‘Haha, de mama van Anna, Gerda heet zij, die deed dat ook vanmorgen en toen -‘
‘Jaja, ‘t is daar tof. Ik snap het al. Sorry dat ik die Gerda niet ben, hé, seg’, kapt mama mijn gebabbel bruut af.
‘Ah, nee, zo bedoelde ik het niet hoor, ik vond -‘
‘Maakt mij niet zoveel uit wat gij nu wel of niet bedoelde, Lize. Dat verdwijnt voor drie dagen naar een mens dat ik niet ken, laat mij drie dagen moederziel alleen achter bij uw vader – en ge weet dat niemand daar nog iets aan heeft – en dan kunt ge niet eens zeggen dat ge uw mamsie gemist hebt? Tof. Echt, merci, Lize’, sluit ze ademloos af, haar ogen zwemmen in teleurstelling.

‘Dat was echt niet de bedoeling, mam-‘
‘Dat is het nooit, hé, Lize? Ge hebt precies gewoon écht een talent om uw mamsie te kwetsen’, verzucht ze wanhopig, het verdriet van de wereld in haar stem.

Ik kijk naar beneden, niet wetende wat ik moet doen. En dan krijg ik ineens een idee. Misschien kan ik mama wel troosten met een vers koffiekoekje. Onhandig schud ik mijn rugzak van mijn schouders, laat ‘m op de grond neerkomen.

‘Wat doet ge?’, vraagt mama.
‘Wacht even’, zeg ik geheimzinnig.

Ik graaf in mijn rugzak, mijn vingers sluiten zich rond het gladde plastic. De geur van de koffiekoekjes heeft zich al verspreid doorheen mijn zakje. Hmmm. Ik tover de brooddoos tevoorschijn en presenteer hem trots aan mijn mama.

‘Tadaa!’, zeg ik trots.
‘Tadaa wat?’, reageert mama geïrriteerd, terwijl ze de brooddoos uit mijn handen trekt.
‘Doe maar open, mama. Is voor jou!’

Mama opent de brooddoos en het eerste wat ik zie, zijn niet de koffiekoekjes, maar een stukje papier. Mama plukt het papiertje uit de brooddoos en leest voor wat erop staat.

‘Lieve Lize. Geniet van dit lekkers, zonder regels, zonder nadenken. Kom je snel nog eens slapen? De ontbijttafel zal gevuld zijn. Liefs, Gerda.’

Stilte vult de inkomhal, terwijl mama naar het lieve briefje blijft staren.

‘Wat hebt gij daar allemaal gezegd over mij?’, vraagt mama afgemeten, tanden op elkaar geklemd.
‘Huh, niks’, antwoord ik verward.
‘Wat is dat met die regels? Wat hebt gij gezegd?’

Ik zwijg. Ik kijk naar beneden.

‘Lize, tong verloren?’
‘Nee’, mompel ik, ogen nog steeds op de versleten parket gericht.
‘Niks te zeggen tegen uw moeder? Alleen maar tegen lieve, lieve Gerda, zeker?’, sneert ze.
‘Maar mama, dat is toch gewoon lief, alé, Gerda wou -‘
‘Kunt ge. Die smerige naam. Niét meer uitspreken, ja?, onderbreekt ze me hard. ‘Gerda is niet uw moeder, ik ben uw moeder. Ik heb u gemaakt. Ik geef u eten. Niemand anders. Verstaan?’
‘Ja mama’, knik ik gehoorzaam.
‘Zijt ge zeker dat ge het verstaan hebt?’

Ik knik.

‘Kunt ge dat bewijzen aan uw mama? Zodat ik niet meer verdrietig ben?’, vraagt mama.

Ik knik.

‘Gooi die koffiekoeken dan maar snel in de vuilbak. Ge weet dat die dingen gemaakt zijn om u vet te mesten.’ Het briefje houdt ze stevig in haar vuist geklemd, terwijl ze me de brooddoos aanreikt. Ik neem het doosje aan en wandel naar de keuken, mama in mijn kielzog. Verdrietig laat ik de twee koffiekoekjes in de vuilbak vallen. Ze komen terecht tussen oud koffiegruis en de inhoud van een overvolle asbak. Ik slik, hard.

‘Gooi die brooddoos ook maar ineens weg, hé, zegt mama.
‘Maar mama, die moet ik toch teruggeven, ik -‘
‘Vuilbak, Lize. Ik wil niks van dat mens in mijn huis hebben.’

Aarzelend gooi ik ook de brooddoos in de vuilbak. Misschien kan ik die nog komen terughalen als mama weg is.

‘Goed. Dat maakt mama al een beetje minder verdrietig. Maar nog niet helemaal’, zegt ze.

Ik kijk haar verward aan, snap niet volledig wat ze nog meer wil.

Ze zwaait Gerda’s briefje heen en weer, de mooie woorden in het sierlijke handschrift helemaal verkreukeld. Mama pakt me hardhandig bij mijn bovenarm en sleept me mee naar de badkamer.

‘Gerda betekent niks voor u. Toch?’, vraagt ze.
‘Nee niks’, antwoord ik automatisch.
‘Eigenlijk bent ge veel liever thuis bij uw mama, nietwaar?’, vervolgt ze.
‘Ja natuurlijk’, antwoord ik automatisch.

‘Maar, ja. Hoe weet ik dat wel zeker?’, vraagt mama zich luidop af. Ze kijkt me lang aan, met een vervaarlijke glint in haar ogen. Ik begrijp niet wat we hier doen, in de badkamer. Zwijgend vult mama de tandenborstelbeker met water.

‘Drink.’
‘Maar mama, ik heb geen dorst.’
‘Drink. Nu.’

Ik neem de beker aan en drink al het water in één keer op. Het smaakt tegelijk een beetje muf en naar munt. Mama geeft me daarna nog drie volle bekers om op te drinken. Ik stel geen vragen meer, doe gewoon wat ze wil.

Mama wacht geduldig, geeft zwijgend de bekers aan. Glimlacht zelfs af en toe.

‘Water drinken is gezond, schatteke’, mompelt ze.
‘Ja dank u mama’, reageer ik, terwijl ik het water onaangenaam voel klotsen in mijn buik. Ja, lap. Nu moet ik pipi doen. Ik kijk zijdelings naar de toilet, durf het niet vragen. Maar mijn mama, die ziet alles.

‘Moet ge naar ‘t toilet, schatteke?’, vraagt ze zachtjes.

Ik knik.

‘Doe dan’, knikt ze aanmoedigend.

Ik vind het een beetje raar dat ze hier blijft staan, maar ik moet echt te dringend, dus ik besluit om er niets van te zeggen. Ik wil net mijn broek afstropen om op de wc-bril te springen, maar dan staat ineens mama voor de wc, blokkeert mijn weg. Dat vind ik vervelend, mijn blaas bonkt omdat ik zo dringend pipi moet doen.

‘Maar eerst nog even dit’, zegt ze terwijl de Gerda’s briefje in de wc-pot gooit. ‘Het is toch niets waard, hé, Lize?’

Ik kijk met grote ogen in de toilet, hoe de blauwe inkt wazig wordt, zich vermengt met het toiletwater.

‘Komaan. Gij moest toch dringend naar ‘t toilet?’, vraagt mama ongeduldig.

Ik knik. Ik ga op de wc zitten. Ik doe pipi. Klaterend, op het briefje, het lieve briefje, van Gerda. Mijn ogen vullen zich met tranen, ik vind het niet leuk, dit.

Haastig veeg ik mijn muisje af, spring ik van de wc en trek ik mijn broek terug op. Ik trek door, vraag aan mama of ik nu weg mag.

‘Ja, ga maar even naar uw kamer. Vanavond kookt de mama alles wat ge wilt, gewoon wij met twee.’
‘Danku, mama’, zeg ik gehoorzaam.

Ik ga naar mijn slaapkamer, kruip onder mijn donsdeken en sluit mijn ogen. Het enige wat ik zie, is het beeld van dat papiertje dat in een draaikolk van water en pipi in onze riolering verdwijnt.

Ik knijp mijn ogen harder dicht.