9

Posted by in Fictie

“Schatteke”, zegt mijn oma met een warme blik in haar oplettende ogen. Ze legt haar benige, zongebruinde hand op mijn mollig, negenjarig polsje. Ik kijk benieuwd naar haar op, terwijl mijn ijsje met discobolletjes zich verwachtingsvol een weg naar beneden lekt op mijn hand.

“Schatteke”, herhaalt ze. “Is ’t lekker?”

Ik knik zo enthousiast dat mijn lange, vuilblonde haren gelukkig meedansen. Mijn oma is de liefste.

“Vergeet ge wel niet, wat oma altijd zegt?”, zegt ze met een zuinige glimlach rond haar felgekleurde lippen. “Want ge weet het, hé… Elk pondje gaat door het mondje. En ’t is niet alsof ge nu al veel reserve hebt, nietwaar? Alé… Of misschien net een beetje te veel!”

Ze kakelt vrolijk met haar eigen mopje, haalt vriendelijk een harde hand door het vogelnest op mijn hoofd en veegt een zwarte streep op mijn wang weg. Ze kijkt verwachtingsvol op me neer. Ik knik gehoorzaam en kijk vervolgens naar mijn ijsje en weer naar haar. Ze blijft me bestuderen met verwachting in haar uitdrukking, haar wenkbrauwen lichtelijk opgeheven – haar mond in haast onmerkbare afkeuring getuit.

“Oma?”, krijg ik over mijn lippen – de lippen die zo naar koele vanille en gekleurde suiker verlangen, want ik heb nog maar een paar likjes van mijn ijsje kunnen doen. “Ik heb… al genoeg?”, concludeer ik, liegend. Mijn boodschap krijgt een vragende toon op het eind, maar dat lijkt oma niet te merken. Of ik goed lieg, dat is niet belangrijk. Het is dàt ik lieg, dat telt. Haar gezicht licht op in een soort van mengelmoes van woeste trots en droeve voldoening. Zachtjes maakt ze het plakkerige hoorntje los uit mijn houdgreep – en gooit het achteloos weg in de dichtstbijzijnde vuilbak.

“Ge zijt een knap kind, Lizeke”, fluistert ze in mijn oor, terwijl ze al hurkend mijn handen en gezicht poetst – alle eventuele achtergebleven restanten van het ijs elimineert. “Ge kunt er niet aan doen dat ge dik zijt – da’s allemaal uw moeder haar schuld -, maar een goed dieet – dat zal al veel doen. Dan bent ge net zo schoon als al die vriendinnetjes van u! En wanneer ge mager bent, kunt ge ook die lange haren afknippen”, eindigt ze, met een lichtelijk venijnige trek aan mijn uiteinden. “Lange haren verbergen uw gewicht niet, dat weet ge toch?”

Wanneer mijn oma mij thuis afzet, is er niemand thuis.

Ik verstop me in de hoek van de eetkamer, in gezelschap van de scherpe schaar die ik in de keuken gevonden heb.

Ik neem mijn lange, lange lokken vast en knip ze allemaal af. Tot net onder mijn oren. Het bewijs gooi ik achter de kast.

Stap 1.