Marmer

Posted by in Proza

Wanneer ik u omschrijf als mijn alles, mijn rots én mijn branding, dan zijt ge van marmer. Ge weet wel, die knappe bouwsteen die ondoordringbaar vast is – voor sommigen eerder onbereikbaar en koud. Maar wanneer ge mijn marmer zijt, dan denk ik aan de manier waarop het licht danst op uw huid – en terugkaatst in mijn herinneringen. Dan denk ik aan hoe ge diverse temperaturen adapteert, al waren ze de uwe – van warm naar koel, van passioneel naar berekend – met een snelheid die onmogelijk met het blote oog te volgen valt.

En wanneer uw rigide gesteente mijn broze papier ontmoet, omvat ik u met een warmte waar enkel uw naam opstaat – vluchtig neergekrabbeld, maar permanent in mijn vel geëtst. Dan hoor ik u zingen en uw onbesuisd enthousiasme tussen rotsvaste muren stuiteren. Controle verliezen doet ge niet graag, tenzij ge er dubbel zo veel bij wint – uw nederlaag is slechts een dekmantel om niet te moeten toegeven waarvoor ge eigenlijk aan het wedijveren zijt.

Want uw strijd, die is omstreden – verborgen onder ondoordringbare lagen hautaine arrogantie, vlijmscherpe woorden en brandende blikken. En elke onverbiddelijke laag belooft telkens opnieuw een aanstormende zachte kern waar ik me onbevreesd in zal vleien, nestelen – net zoals een luie kat zich krult onder warm zonlicht.

Mijn lief, mijn marmer,
Mijn gesteente omvat slechts stuiterend geluk, ronkend plezier en brutale passie – omdat gij het daar gebracht hebt.

Mijn lief, mijn marmer,
Uw stem maakt mijn scherpe randen iets minder wrang – mijn gesteente iets minder ondoordringbaar, de kans tot welkome erosie iets groter.

Mijn lief, mijn marmer,
Wees voor mij even puur en onsterfelijk als de folklore ons belooft.
Dan beloof ik voor altijd de uwe te zijn,

Uw lief, uw marmer.