genadeloos p3

Posted by in Proza

Uw woorden slagen me lam. Ergens in mijn benevelde toestand van overheersend en allesomvattend verlangen vraag ik me af hoe ge het doet. Hoe ge deze grip op mijn hoofd en hart behoudt – en wanneer ge die in eerste plaats zelfs verkregen hebt. Maar het is goed, ge wint. Mijn hoofd, mijn hart, mijn lijf – ze zijn van u. Ge hebt ze eerlijk gewonnen en overwonnen, met uw tactisch spel van duwen en trekken, verleiden en weer weggaan. Maar ge gaat niet weg nu, of wel?

“Dat dacht ik wel.”

Ge zegt het triomfantelijk. Mijn stilzwijgen deert u niet, want in mijn ogen hebt ge gelezen wat ge allang wist: uw overwinning is onafwendbaar en bijna, bijna, binnen handbereik. Maar nog niet helemaal. Want ik ben nog steeds niet van plan om u (nu al) uw zin te geven.

“Ik ga u niet kussen.”

De verrassing in uw ogen pleziert me: ik geniet ervan om u van uw stuk te brengen. Vooraleer uw vlijmscherpe tong met een volgende perfecte comeback kan komen, ga ik verder.

“Maar wat ik wel ga doen, is u bijna kussen.”

Uw ogen vernauwen zich een fractie van een seconde in nieuwsgierige verwarring. Voor eventjes weet ge niet wat er gebeuren gaat en verliest ge de trappers van controle die zo natuurlijk zijn voor u. Ik ga rechtzitten en trek u mee, zodat we tegenover mekaar zitten. Ik kijk u aan en weeg mijn volgende zet af. Kriebels van anticipatie borrelen op in mijn keel en uiten zich in een guitige glimlach die niet veel goeds voorspelt – althans, voor u.

“Niet bewegen. Als ge beweegt, dan verliest ge.
Niet aanraken. Als ge aanraakt, dan verliest ge.”

Ge knikt gedwee.
Mooi zo.