genadeloos p1

Posted by in Proza

Ik lig naast u in een bed dat niet het mijne is. Ik heb mezelf begraven onder een deken dat me gevangen houdt in een waas van uw parfum. Ik lig op mijn buik en mijn voeten rusten op de plaats waar mijn hoofd eigenlijk zou moeten liggen, maar dat gaat nu niet. Want daar zit gij en ik vertrouw mezelf niet wanneer ik naast u zit. Ge hebt de film opgezet en ik moet elk greintje wilskracht aanspreken om me te focussen op de triviale televisiebeelden. Het verhaal interesseert me bitter weinig – en hoe kan het ook, wanneer ons verhaal op het punt staat om te beginnen. Of te eindigen? Dat deel is nog onbeslist.
Ge zijt onrustig. Ge friemelt met uw deken, met mijn deken. Ge geeft warmte af, een stroom ononderbroken hitte die schaamteloos zijn tentakels naar mij uitstrekt en mijn lijf domineert. De deken is te warm, maar het is de enige barrière die ik nog heb – en wanhopig wil bewaren. Maar ge maakt het me niet gemakkelijk. Hebt ge nooit gedaan, trouwens.

Ge verandert zo van positie dat ge naast mij komt te liggen. Ge breekt mijn barrière in één vlotte beweging af wanneer ge mijn deken over ons beide drapeert. En bewust, heel bewust van al uw beweegredenen, zie ik hoe ge uw arm zorgvuldig naast de mijne legt, zodat uw bloot vel het mijne aanraakt. Ik kijk naar die ene kleine, belachelijk pietluttige aanraking en ik voel het overal. Ik voel uw huid niet alleen tegen mijn arm, maar de sensatie die ge ermee teweegbrengt, die nestelt zich in elke vierkante centimeter van mijn lijf. Uw ogen flikkeren wanneer ge eindelijk mijn blik vangt – de blik die ik u zo zorgvuldig probeerde te ontzeggen. En die ogen van u, die boren zich genadeloos in de mijne, dieper dieper, tot ik weet dat gij exact weet hoe moeilijk ge het me aan het maken zijt. Ik zou om genade kunnen smeken, maar ik weet dat ge mij die niet gaat geven. Ge hebt me genoeg gespaard – en nu zijt ge op jacht. En ik weet dat ge niet zult rusten voordat ge hebt gekregen wat ge wilt. Dat zijt ge namelijk gewend.